Actions

Work Header

Schoonmaakmiddel

Summary:

Jeroen kan het beeld van Appie op de badkamervloer niet uit zijn hoofd zetten. Bleek als een lijk, het bloed uit zijn mondhoek, nietsziende ogen starend naar het plafond. Voor een ijskoud, hartverscheurend moment dacht hij dat Appie dood was, totdat Trudy zei dat ze een hartslag voelde.

Of: Appies bijna-doodervaring doet een kwartje rollen (nog niet vallen) in Jeroens hoofd.

Notes:

(See the end of the work for notes.)

Work Text:

Jeroen kijkt ongerust op de wekker. Vijf voor tien. Appie had allang terug moeten zijn van de badkamer. Wie doet er nou een halfuur over z’n tandenpoetsen? Jeroen gaat rechtop in bed zitten, smijt zijn tijdschrift neer op het nachtkastje en staat op. Hij is al bij de deur als hij zich bedenkt.

Wat loopt hij nou moeilijk te doen. Appie is vast de kamer van Amber binnengeglipt in een overmoedige bui, na die welkom-terug kus van Amber die bij Appie vast in z’n geheugen staat gegrift. Hij gaat weer op bed zitten en pakt het tijdschrift op, starend naar de letters en de zinnen.

Hij kan het beeld van Appie op de badkamervloer niet uit zijn hoofd zetten. Bleek als een lijk, het bloed uit zijn mondhoek, nietsziende ogen starend naar het plafond. Voor een ijskoud, hartverscheurend moment dacht hij dat Appie dood was, totdat Trudy zei dat ze een hartslag voelde. En de avond ervoor? Toen Fabian en hij Appie uit de kelder terughaalden – zo had hij Appie nog nooit gezien.

Nogmaals gooit hij het tijdschrift naast zich neer en staat op, en de deze keer loopt hij de gang op. Victor komt net de trap af voor zijn eeuwige gezever over de avondklok. Voordat de conciërge überhaupt zijn mond open kan trekken, wijst Jeroen naar zijn horloge. “Nog twee minuten, Victor.” Dan rent hij snel de trap op.

“Opschieten, Jeroen!” hoort hij nog van beneden als hij de hoek omslaat, richting de badkamer.

Voor de deur blijft hij even staan. “Kom op Cornelissen,” mompelt Jeroen. “Watje.” Met zweet in zijn handpalmen duwt hij de klink naar beneden en opent hij de deur. Wederom slaat de schrik hem om het hart – Appie zit roerloos tegen het wastafelkastje aan – voordat hij ziet dat Appie z’n tandenborstel vastgeklemd heeft in zijn hand.

In twee, drie grote stappen is Jeroen bij Appie en hij knielt naast hem neer. “Ap?” Hij trekt de tandenborstel uit zijn hand en legt hem op de wastafel. “Appie,” zegt Jeroen, met meer nadruk.

Appie reageert niet; hij staart voor zich uit.

Jeroen slaat hem in zijn gezicht.

Appies hand schiet naar zijn wang en hij knippert. “Gast,” zegt hij, “waar was dat goed voor?”

“Je was helemaal van de wereld,” zegt Jeroen, “gast. Graag gedaan, voordat je vannacht met je kont aan de badkamervloer zou vastvriezen.” Hij is even stil. “Gaat het?”

“Ja, ja. Ik was denk ik in slaap gevallen ofzo. Ik had een hele rare droom.”

“Wat voor droom?”

“Geen idee,” zegt Appie. “Maar hij was echt raar.”

“Mhm,” zegt Jeroen. Dan kijkt hij nog eens goed naar Appie. Hij zit onder de tandpasta. “Je hebt allemaal…” hij gebaart naar zijn eigen kin. “Ranzig.”

“Huh? Oh.” Appie trekt de voorkant van z’n shirt omhoog en veegt zijn mond ermee af.

“Oh, ja. Dat is stukken beter,” verzucht Jeroen. Hij staat op en steekt zijn hand uit. Appie trekt zich eraan op.

Opeens gooit Jeroen zijn armen om Appies nek. Appie klopt onwennig op de rug van zijn vriend en vraagt, na een paar seconden, “gaat-ie goed daar?”

Jeroen mompelt iets tegen zijn schouder.

“Wat zei je?”

“Ik zei,” zegt Jeroen, terwijl hij zich losmaakt en naar de grond kijkt, “dat ik dacht dat je dood was, stomme prutser.”

“Het was maar wat schoonmaakmiddel, hoor,” zegt Appie met een halve grijns.

“Ja, maar,” zeg Jeroen, terwijl hij overal kijkt behalve richting Appie, “daarvoor, het gedoe in de kelder, jij in shock, en daarna hoe je in de badkamer lag…”

Appie kijkt Jeroen onderzoekend aan.

Jeroen maakt even oogcontact, en kijkt dan snel weer weg. Het schaamrood staat hem op de kaken. Hij draait zich om en loopt richting de deur van de badkamer. Voordat hij de gang oploopt, kijkt hij even om naar Appie. “Wat sta je nou stom te grijnzen,” zegt Jeroen.

“Ik vind het wel leuk als je je zorgen om me maakt,” zegt Appie.

Jeroen richt zijn ogen ten hemel en kijkt dan Appie aan. “Kom je nou eindelijk mee naar beneden? Anders sluit ik je buiten. Mag jij lekker knus bij Fabian en Mick. Lekker tukken daar, want Mick snurkt echt hard.”

Appie loopt richting de gang en slaat zijn arm om Jeroens schouders. Zo lopen ze richting de overloop. “Zeg je nou dat je liever míj als kamergenoot hebt dan Mick? Ik voel me vereerd.”

Als ze langs het harnas lopen, gaat de deur van het kantoor open, en Victor verspert hen de weg. Vanuit de open deur galmt hen een klagerige operastem tegemoet.

“Wat moet dat zo laat nog hier,” zegt Victor, en zet zijn handen in zijn zij. “Het is ná tien uur.”

“Ik, uh,” zegt Appie, “moest m’n tanden nog poetsen.”

“Duurt dat… zeven minuten?” vraagt Victor na een vlugge blik op zijn horloge te hebben geworpen.

“Victor, relax,” zegt Jeroen, “we—”

 “Niks ‘relax,’” zegt Victor. “Naar bed jullie, vort. Appie moet vast uitrusten na zijn debacle in het ziekenhuis.”

“Het was maar schoonmaa—”

“We gaan al,” zegt Jeroen, en trekt Appie mee de trap af.

Halverwege de trap draait Appie zich om naar boven. “Goodnight, Victor,” begint hij te zingen, zijn handen gevouwen, “goodni—”

“STILTE!” buldert Victor.

“Kom mee, sukkel,” zegt Jeroen. Dan loodst hij Appie mee naar hun kamer en doet dan eindelijk de deur veilig achter hen dicht.

“Zo,” zegt Appie, terwijl hij zich op zijn bed laat vallen en de dekens om zich heen slaat.

Jeroen pelt zijn ochtendjas af en gaat ook in bed liggen, na wat tijdschriften op de grond te hebben geschoven.

Appie geeuwt luid. Na een paar seconden doet hij het nog een keer.

“Doe eens stil,” mompelt Jeroen, met al zware oogleden. “Anders mag je alsnog bij Mick op de kamer slapen.” Hij meent het niet. Afgelopen nacht, in z’n eentje op de kamer, die hij van meet af aan met Appie heeft gedeeld – was verschrikkelijk.

“Ben ik net terug van de dood en dan ben je zo streng voor me!” Jeroen hoort Appie grijnzen, al ziet hij het niet. “Oh Jeroentje, heb medelijden met me.”

Jeroen gooit een ouwe sok richting Appie en krijgt hem tien seconden later vol in z’n gezicht terug.

“Ook van jou,” gaapt Appie.

In de veilige duisternis van hun kamer glimlacht Jeroen. “Trusten, Ap.” 

 

Notes:

Dank voor het lezen, merci beaucoup. Een comment zou zeer op prijs gesteld worden!