Work Text:
Er stond zomaar opeens een hele rare boom in het midden van RookClan's territorium. Gister was die boom er nog niet, dat wisten de krijgers zeker, een patrol is daar immers vlak voor het slapen nog langs gekomen. De leider, Halfster - een half rode en half zwarte kater -, vond het allemaal veel te misterieus en heeft snel na de ontdekking van de boom zijn deputy opgedragen dat geen enkele krijger dichtbij mag komen.
De medicijn kat, Luipaardoog, dacht dat de boom misschien een teken van SterrenClan zou kunnen zijn. De poes is meteen vertrokken naar de Zonnerivier, de plaats waar RookClan katten het beste met hun voorouders kunnen communiceren.
De meeste krijgers en leerlingen waren nieuwsgierig maar durfde niet zomaar tegen hun leider in te gaan de deden vooral hun best om gewoon door te gaan met hun normale taken.
De moederkatten in de nursery - die veel te druk bezig waren met letten op hun roekeloze kinderen - en de ouderen hadden geen tijd voor al deze onzin. Er stonden wel vaker rare bomen in het bos.
Maar wat is er nou eigenlijk zo vreemd aan die boom? Er zaten lichtjes in, en niet zomaar lichtjes, oh nee, het waren gekleurde lichtjes die daar in die boom zitten.
En nu vraag je je misschien af, wie stopt er nou willekeurig gekleurde lichtjes in een boom midden in het bos? Ja weet ik veel ik doe alleen maar de narratie, het plot komt vanzelf wel. Laten we maar terug gaan naar het verhaal.
Het was erg jammer voor Halfster dat zijn deputy Kraaibeen - een grote donkergrijze kater - niet echt veel respect voor hem had en het wel een goed idee vond om een paar krijgers mee te nemen om eens goed die boom te bekijken.
Kraaibeen ging dus nu naar die boom en nam mee: Ochtendglorengloed, een lang-harige witte poes waar de kater misschien wel een beetje heel erg verliefd op was,
Modderwilg, Kraaibeen's oudere zus die eigenlijk alleen mee ging zodat de chocolade bruine poes een beetje op haar broer kon letten,
Lichtkijker, een jonge rode kater die het allemaal een beetje spannend vond maar nogsteeds graag mee wilde doen,
En als laatste was er Bliksemvonk, een mannelijke lapjeskat die door de Clan werd gezien als ėėn van de sterkste krijgers. Daar was hij ook best wel trots op.
Het was nogal stil in het bos, Kraaibeen's party van vijf wilde niet te veel geluid maken, als iemand hun vondt zou Halfster meteen worden ingelicht wat ze aan het doen waren, direct tegen de leider's orders gaan zou hij vast niet zo leuk vinden.
Het moment dat de boom in zicht was begon Kraaibeen al te klimmen, om een dichere blik op de lichtjes te krijgen, vertelde hij aan de krijgers.
"Kraaibeen ik wilde best met je mee lopen maar als jij uit de boom valt en jezelf bezeert vertel ik Halfster precies waarom je naar Luipaardoog moest." Miauwde Modderwilg, met een toon die duidelijk maakte dat zij haar broer een ongelooflijk groote muis-brein vond.
"Het komt wel goed Modderwilg," begon Ochtendglorengloed, "Kraaibeen weet heus wel wat hij doet." Miauwde ze, wetende dat dat helemaal niet waar was.
"Ja moederwilg, zeur niet altijd zo," kwam de vervelende stem van Kraaibeen die een paar seconden na zijn woorden al door had dat hij misschien maar beter niet gemeen kon zijn tegen de poes die op het punt stond om terug naar het kamp te gaan.
"Elke dag ben ik meer en meer teleurgesteld dat hij ooit mijn mentor was," mompelde Bliksemvonk, de kater's ogen strak gericht op de lichtjes hoog in de boom.
"Zou je de lichtjes kunnen opeten?" Vroeg Lichtkijker uit het niets, een hongerige blik in zijn ogen.
Was het nou wel zo'n goed doordacht plan om een kat genaamt 'Lichtkijker' mee te nemen?
"Alsjeblieft probeer dat niet," zeiden Modderwilg en Bliksemvonk op dezelfde tijd en toon, schijnbaar de enige twee krijgers die hun brein op dit moment gebruikte.
"Wat zijn jullie nou weer aan het doen?" Oh shit dat was Luipaardoog, de medicijn kat was zeker net terug aan het lopen en had de groep gevonden.
"We zijn direct de regels aan het overtreden," vertelde Ochtendglorengloed, want wat moest ze anders zeggen, dat ze dat niet aan het doen waren? Luipaardoog wist heel goed dat ze dit eigenlijk niet mochten.
"En waarom doen jullie dat?"
Het bleef verdacht stil en de medicijn kat schudde haar hoofd, ze was een beetje klaar met die drama altijd in RookClan.
"Ik ken van elk van jullie een geheim en ik heb geen probleem om dat te gebruiken als chantage, ga terug naar kamp en ik vertel Halfster niets."
"Ik train in het duistere bos," miauwde Ochtendglorengloed, alsof dat de situatie zou helpen.
Kraaibeen viel bijna uit de boom, alleen gestopt door Modderwilg die dichtbij genoeg stond om hem te redden. Lichtkijker ging juist de boom in en klampte zich vast aan een dikke tak.
"Ben je van plan om de Clan over te nemen of iemand in de Clan iets aan te doen?" Vroeg Bliksemvonk, terwijl zijn staart heen en weer zwiepte.
"Nou nee dat is allemaal veel te veel werk, wie heeft daar nou zin in?"
Luipaardoog was de enige die niet negatief reageerde, "fijn dat je dat even in de groep gooit maar er zijn wel meer RookClan katten die dat doen, zolang ze geen problemen voor de Clan maken interesseert het mij niks."
"Oh,"
"Ja 'oh' en nu terug naar kamp, het is bijna middag en ik moet nog met Halfster praten. Lichtkijker haal dat lichtje uit je bek en kom die boom uit, ik vertel het je niet nog eens."
De katten die met Kraaibeen mee gegaan waren keken even elkaar aan, bedachten dat luisteren naar de medicijn kat een goed idee was en maakten aanstalten om haar te volgen.
Zo daar gingen ze weer met z'n allen, dwars door het bos en op weg naar hun kamp. Waarom er lichtjes in die boom zaten? Tja dat zullen we misschien nooit weten.
