Work Text:
17, Januari, 1806
Het was stil in Dr. Espen’s vertrek, het was daar altijd stil maar vandaag extra stil. In de laatste week had hij nauwelijks meer patiënten over de vloer gehad behalve het standaard ‘ik heb geesten in mijn bloed’ excuus. Zelf vond hij het idee van bezeten worden door geesten en demonen maar pure onzin en wilden niets liever dan een natuurlijke verklaring vinden voor de problemen van de mens.
Hij nam een grote slok van zijn lauwwarme thee voordat hij verder ging met de post uitsorteren. Meesten brieven waren van cliënten die terugkoppelden over de werking van zijn aanpak op ziektes, de reacties liepen uit van geweldig, tot ik voel niks en tot uw heeft gelogen dit is akelig slecht. Hij gaf niet veel aandacht aan de negatieve opmerkingen, als de mensen cocaïne willen doen om van de spoken of te zijn dan mochten ze ook een nieuwe medicus zoeken. Tussen de recensies zat ook een andere brief die Dr. Espen niet meteen herkenden. De envelop leek wel met bloed geverfd te zijn, donkerrood met een chique was stempel patroon en goud bekleden randen. Met hulp van zijn goed verzorgde nagels priemden hij het delicate perkament open. Erin zat een handgeschreven brief met sierlijke krulletters na elke punt. Zorgvuldig las hij door wat de zinnen te zeggen hadden.
Mijn geachte dokter Henry Espen, Ik, Claudia Dailey, heb uw dringende hulp nodig. Mijn geliefde man, Chester Dailey, heeft de laatste tijd velen slaapproblemen gehad en ik vrees voor zijn gezondheid. De laatsten paar nachten verlaat hij redeloos ons bed om vreemden uren. Zijn ogen staan dan nog wijd open maar mentaal is hij compleet in een andere wereld. Hij loopt verder ook rond ons landhuis in deze staat en pakt dingen op of verplaatst ze. Het meest absurden dat ik hem had zien doen gebeurden gisteravond, hij had een van de keukenmessen vast in zijn hand en ik wilden het uit zijn handen nemen om te zorgen dat hij zichzelf niet zo verwonden, maar toen ik hem aan probeerden te raken deinsden hij terug en gedroeg zich erg geschrokken en zwaaiden zelfs het mes in mijn richting. Ik ben bang dat hij een gevaar kan zijn voor zichzelf en ons gezin en wild daarom graag dat uw het na kijkt in hoop dat het geneesbaar is. Ik zal vanavond uw komen opzoeken met mijn man zodat u uw onderzoek zo snel mogelijk kan beginnen.
Vriendelijke groeten, Claudia Dailey en Chester Dailey.
Verbazing stond geschreven op zijn gezicht als hij door las, hij had in zijn carrière nog een ‘bezeting’ met zulk detail beschreven zien worden. Zonder twijfel Had deze slaap affaire zijn volle aandacht, hij zou ten slotte een kans krijgen om zich te bewijzen in de medische wereld, om te laten zien dat niet alles is veroorzaakt door geesten en demonen.
Een rapte klop kwam van de voordeur, snel stak hij de brief op zak en verdween uit de kamer om zijn gasten te begroeten. In de opening stond een jeugdig paar arm in arm wachtend op hem, met een vriendelijke knik leidde hij ze naar het vertrek. Ieder nam plaats tijdens dat mevrouw Dailey het verhaal opnieuw aan de dokter vertelden. Met behulp vaneen troostende toon verzekerde hij haar dat het niet het einde van de wereld zou zijn terwijl hij haar rustig weer naar de voordeur begeleiden.
Terug in het vertrek zat meneer Dailey nog keurig waar hij was geplaatst aan het begin van de bespreking. Nerveus keek hij op naar Dokter Espen die in de lades van het bureau op zoek was naar een notitieblok om zijn hypothese op te schrijven. Kort daarna verlieten beide mannen de ruimte onderweg naar het observatieruim.
Tot Dailey’s’ verbazing was het niet slecht voor een onderzoek hal, In zijn gedachte zou hij voor de rest van zijn leven opgesloten zitten in een psychiatrische instelling waarin hij dood zou gaan van de verveling. In tegenstelling stond hij in de opening van een knus verblijf op gemaakt met een bed, bureau en zitstoel. Verder waren de gedempte muren een gebrande oranje, over al was het een kaal gezicht maar Dailey wilden niet zeuren om een paar missende meubels. Hij bedankte de dokter voor zijn gastvrijheid en liep over naar het bed, klaar om de rest van de avond geobserveerd te worden.
De klok sloeg één, Espen verzamelden al zijn waarnemings’ middelen en ging op pad naar de logeerkamer waar Dailey rustig lag te slapen. Stilletjes kroop hij in de zitstoel naast het bed, aan het wachten tot de zo genaamde bezeting zou beginnen.
Het duurde niet lang voor dat de eerste verschijnselen van abnormaal gedrag in Dailey te zien waren. Zonder verklaring kwam zijn adem tot een halt voordat hij zijn boven lichaam op schoot. Hijgend en ingekrompen zat hij daar, met een blik die recht door een ziel heen kon staren. Behoedzaam schoof hij dichter bij de rand van het bed, zijn knokkels waren wit van de grip die hij had op het frame. De druppels zweet renden van zijn voorhoofd terwijl hij wankelend probeerden op te staan. Sullig zetten hij de eerste paar stappen in Espen’s richting.
De dokter stak terughoudend zijn hand uit naar de angstige wandelaar in hoop dat hij antwoord op zijn hypothese zou krijgen. In contrast zorgden de actie voor alleen meer verwarring aan beiden kanten. Op het moment dat Dailey zijn hand voelden sprong hij paniekerig achteruit en zakte half mompelend, half huilend in elkaar. Al Espen’s gedachten over het onderzoek waren door elkaar geschut, hij had gedacht dat door comfort te bieden de ander zou ontwaken uit zijn trance.
Voorzichtig wenden hij zijn blik weer op Dailey die met zijn knieën tegen zijn borst zichzelf in een hoekje had gepropt. Behalve wat sputteren en rond krabellen deed Dailey niet veel meer, zo zelfs dat hij na enkele minuten zijn ogen sloot en terug in een gangbare slaap viel. Na een enige minuten stond de dokter op en benaderde Dailey’s figuur, hij wilden niet dat de ander met complete spierpijn wakker werd dus tilden hij hem voorzichtig op om weer terug in het bed te leggen. Nu was het ook tijd voor hem om naar bed te gaan, hij sloot de deur achter hem en trok terug naar zijn eigen slaapkwartier.
De volgende ochtend zaten beide in de woonkamer. Dailey luisterden aandachtig naar Espen’s theorieën ook al herinnerde hij zelf niks van de avond de ze hadden beleefd. Hij verstopten zijn bescheiden glimlach achter de mok in zijn handen, in hoop dat de dokter het niet door zou hebben terwijl die verder ging met de dag observatie. Hij voelden een soort kalmte wijl hij bij Espen was maar te gelijk voelden hij ook een druk, het voelden allemaal maar vreemd in een positieve manier wanneer de dokter naar hem op keek om daarna een perfecte descriptie te schrijven. Hoe dwalend zijn gedachtes ook werden van de ander voelden het niet goed om hem erover te vertellen.
Over de volgende maanden was er niet veel verandering in het onderzoek, dokter Espen vond het wel teleurstellend dat geen van zijn hypotheses bleken te kloppen ook al was het wel fijn om niet de hele dag alleen te hoeven zijn in het lege huis. Dailey had ook niks tegen het idee van langer blijven, in een korte tijd waren beide erg gehecht aan elkaar geraakt, niet dat ze dat zozeer zelf doorhadden.
--
23, april, 1816
De dag waarop Dailey terug naar huis zou gaan was aangekomen, tot Espen’s frustratie was hij nog niet op een kloppende conclusie gekomen en zal mevrouw Dailey moeten teleurstellen met een niet volledig opgelost probleem. Een licht puntje aan de hemel was dat de symptomen van meneer Dailey wel waren afgezwakt over tijd. Zeker toen hij veel tijd besteden aan de dag observaties bleek de ander een stuk rustiger ’s nachts. Zijn doel was gelukkig niet compleet naar de haaien gegaan.
Als gewoonlijk zat Dailey weer op het bureau met Espen op een stoel ernaast, toch was dit niet als iedere dag ze waren rustig aan het kletsten met geen gekrabbel op papier of een ondertoon van studie. Dailey zetten zijn mok naast hem en glimlachten naar de ander, hij wist dat dit de laatsten kans zou zijn in een lange tijd om Espen de waarheid te vertellen. Hij wenkte de ander dichterbij en begon zijn toegeving. “Henry…. Ik zou je wat graag willen vertellen voordat ik vanavond vertrek…”
De dokter stond nu recht voor de ander en keek op met een vragende maar lach. “Zeg het maar Chester, wat zou je mij zo graag nog willen vertellen?” zijn toon was speels met een hint aan serieusheid erin verstopt.
“Eigenlijk wil ik je het laten zien...” prevelden hij terwijl hij de dokter’s ogen op ving met zijne. “Zou ik dat mogen doen?”
“Ga je gang Chester.” Moedigde de nieuwgierige dokter aan, hij had geen idee wat te verwachten met dit verzoek maar was vast beraden dat het tot veel goeds ging leiden.
Een aarzelende blik speelden in Dailey’s ogen toen hij dichter bij Espen leunden, maar het was snel vervangen met zelfvertrouwen toen hij zijn handen geleidelijk aan beide kanten van de ander’s gezicht plaatsten. In een tedere beweging begeleide hij de dokter’s gezicht naar zijne en staarde diep in hun zilver glimmende ogen. Gespannen met gevoelens drukte hij zachtjes zijn lippen tegen Henry’s, eerst begon hij rustig in hoop dat de ander niet zou wegtrekken. Na een paar minuten die een eeuwigheid duurde verlosten hij de dokter’s beurse lippen en keek op in hoop die liefdevolle blik nog te zien.
Dailey brak eerst de eindeloze stilte. “Ik…ik… ehmm ik weet niet wat ik moet zeggen, ik snap het als dit niet jouw ding is maar als het wel zo is sta ik ehmm… er voor open om het nog een keer te doen?...”
“Ik zal alles doen voor de wetenschap.” Zei hij kort en krachtig terwijl hij zijn lippen weer met Dailey’s verbond.
